Annemieke Keurentjes, programmeur dans en theater Holland Festival

Annemieke Keurentjes is programmeur dans en theater bij het Holland Festival. Danspubliek interviewde haar in 2011 over de rol van dans op het festival en hoe je dans programmeert.

Annemieke Keurentjes

Annemieke Keurentjes komt net van een lange vlucht uit Singapore waar ze met een Japanse theatergroep moest onderhandelen voor een eventuele toekomstige samenwerking. Tegelijkertijd bezocht ze er een voorstelling van de Duits-Belgische choreograaf Arco Renz, een Belgisch-Duitse co-productie met Cambodjaanse dansers. Annemieke spreekt ondanks haar jetlag overdacht en in correct gearticuleerde en geformuleerde zinnen. Gerard Mosterd drinkt samen met haar koffie in het Muziekgebouw aan het IJ met uitzicht op het water.

‘Iedereen kijkt altijd naar het Holland Festival: groot, een instituut, een mastodont zelfs maar eigenlijk zijn wij een makelaar tussen de kunstenaar en publiek. Het heeft voor ons geen zin om dingen te doen waar een kunstenaar niets aan heeft en waar het publiek geen boodschap aan heeft. Als tussenpersoon zijn wij niet belangrijk, het gaat erom dat de kunstenaar en het publiek bij elkaar komen.’

Sinds 1947 vindt elk jaar in juni het Holland Festival (HF) plaats: een internationaal festival voor alle actuele podiumkunsten, muziek, film en beeldende kunst. Ontstaan in de eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog door de toenemende Nederlandse behoefte aan kunst ontwikkelde het evenement zich tot een uitwisselingsplatform van internationale kunstenaars die met hun activiteiten pionierswerk verrichten en bepalende invloed uitoefenen. Een festival voor een breed publiek van leken tot aan kritische vakbroeders en professionals. Was het festival in haar eerste jaren nogal gericht op het etaleren en samen laten werken van nationale orkesten en gezelschappen, in de loop der tijd profileerde het HF zich tot een festival van wereldklasse door haar diverse, multiculturele en hoogwaardig kwalitatieve programmering.

Sinds de jaren vijftig trekken jaarlijks grote namen langs dit druk bezochte evenement waarvan zowel de geprogrammeerde kunstenaars als de bezoekers uit alle delen van de wereld komen. Regelmatig worden er spraakmakende en gewaagde voorstellingen geprogrammeerd. Zo ook dit jaar: retrospectief werk van wijlen Christoph Schlingensief, muziek en video van Iannis Xenakis, multi-disciplinaire popgroepen als die van Laurie Anderson, The National en The Irrepressibles, theater van The Wooster Group en ook dit jaar weer een dansprogrammering van bijzondere klasse: Lemi Ponifasio uit Samoa/Nieuw Zeeland, Sasha Waltz uit Berlijn, Jerome Bel uit Parijs, Abou Lagraa uit Frankrijk/Algerije en een nieuwe choreografie van Sidi Larbi Cherkaoui voor Het Nationale Ballet. Het prestigieuze HF weet elk jaar opmerkelijke en actuele topproducties uit de internationale theater, dans, muziek, film en beeldende kunst naar Amsterdam te halen.

Waarom dans op het Holland Festival?

‘Ik bezoek voorstellingen waarvan ik vind dat ze in Nederland te zien moeten zijn. Dat is het meest simpele antwoord maar dat is ook waar het op neerkomt. Eigenlijk zouden wij het liefst de indeling in disciplines los willen laten. Wij zijn nu een podiumkunstfestival en dans is daar een onderdeel van.’

Is er bij elke editie van het festival een balans tussen de verschillende disciplines?

‘Er is geen vaststaande verdeling. Er zijn subtiele verschillen, de ene keer is het muziekaanbod groter, de andere keer het theateraanbod. Dit jaar hebben we veel theater. Maar dat is dan theater wat voor een deel teksttheater is, voor een deel is het beeldend theater en voor een deel schuift het op naar bewegingstheater. Het geeft de mogelijkheid aan de mensen om te zien hoe breed het begrip theater is. Dat geldt voor dans ook. De grenzen kunnen eindeloos opgerekt.’

Hoe werken jullie?

‘Wij werken als team. Pierre (Audi) is artistiek directeur; Annette Lekkerkerker, zakelijk directeur met een inhoudelijke achtergrond; Lieven Bertels is er specifiek voor muziek en muziektheater; ik doe dans en theater. Het hele contextprogramma valt ook onder mij, dus de debatten, publieksbijeenkomsten en dergelijke. We zijn nu met het volgende seizoen bezig terwijl het kantoor vol is en op scherp staat om de huidige editie te lanceren. Dat veroorzaakt een enigszins schizofrene situatie. Natuurlijk heeft het huidige cultuurbeleid ook voor ons grote consequenties.

In juni is iedereen gefocust op de lopende editie en direct daarna is het meteen weer hard vooruitwerken aan de volgende editie. We werken één tot twee jaar vooruit. Als we beslissen om iets te boeken dan blijft het in principe staan. Echter, als iemand een nieuw werk maakt en het lukt niet, dan gaan we dat niet laten zien. Dat heeft voor niemand een voordeel.’

Hoe komt een programmering uiteindelijk tot stand?

‘Op een gegeven moment heb je een netwerk en bouw je vertrouwen op met kunstenaars en organisaties. De ingestuurde voorstellingsconcepten zijn minder belangrijk dan de uiteindelijke vertalingen ervan. Uiteindelijk zijn onze reizen een laatste bevestiging van het beeld dat we al gevormd hebben van de voorstelling. En soms gaan we op reis om een geheel nieuw gebied te ontdekken. Dat zijn meestal bezoeken aan andere festivals of aan showcases. De rest van het reizen is geheel gericht op een specifieke voorstelling en dan met name in de regio.

Ik ben onlangs bij wijze van uitzondering vlak voor het festival naar Singapore gegaan voor een Japans gezelschap waar we al twee jaar contact mee hebben. Wij willen hen graag hierheen halen en hadden al materiaal van hen op DVD. Zij zeiden op een gegeven ogenblik: nu moet je een voorstelling van ons komen zien. Ze werken op locatie en die locatie is zo bepalend voor hoe hun werk over komt. Je moet inschatten of een dergelijke context over te zetten valt naar Amsterdam.’

Vind je dat er genoeg dans is op het HF?

‘Er zijn soms voorstellingen die ik er graag nog bij had willen hebben. Maar dat gaat nooit over meer dan één of twee voorstellingen per editie. Je moet opletten dat je je eigen publiek niet teveel voorschotelt. Als we drie dansvoorstellingen in een week programmeren dan weten we zeker dat we de laatste week die zalen niet meer vol krijgen. Dat is dus een dynamiek die je in de gaten moet houden.’

Als één van de oudste Nederlandse festivals hebben jullie natuurlijk veel ervaring en kennis aangaande jullie publiek en hun gedrag ontwikkeld. Wat voor een invloed heeft dat op de huidige editie?

‘Voor alle disciplines geldt het zoeken naar het juiste evenwicht in de programmering. Ik denk dat we dit jaar een beetje overmoedig zijn geweest maar we wilden ook een statement maken: dat de kunstensector enorm ‘alive’ is en zeer betrokken bij wat er allemaal speelt in de wereld. En dat het bepaald geen linkse hobby is van mensen. We wilden kunst in de volle breedte laten zien en er zo veel mogelijk mensen bij betrekken. Wat geresulteerd heeft in een omvangrijk programma.’

Ik las de intrigerende beschrijving van het werk van de Samoaanse kunstenaar en activist Lemi Ponifasio, geprogrammeerd op jullie komende HF-editie. Is hij met zijn werk een bewuste keuze geweest om een politiek statement kracht bij te zetten?

‘Het was een gelukkige timing. In 2005 stond hij ook bij ons in het festival. We hadden al een tijdje contact met hem. Hij moet in Nieuw-Zeeland knokken voor zijn geld en is politiek zeer uitgesproken en werkt met mensen die dat ook zijn. Een van zijn performers heeft in de gevangenis gezeten en dat is een ingewikkelde tijd geweest. Hij meldde ons dat hij een nieuwe productie ging maken en heel graag weer bij het HF zou willen komen. We ontmoetten elkaar in Parijs waar hij met een andere voorstelling stond. We hebben na vervolggesprekken besloten om dit nieuwe project te co-produceren.

Het was een artistiek-inhoudelijke keuze maar ook een voorkeur voor iemand die zo bewust in de wereld staat, die zich duidelijk verhoudt tot wat er gaande is en zich zorgen maakt over bepaalde ontwikkelingen. Dat zet hij op het podium. Maar niet als een soort predikant die ons gaat vertellen hoe het eigenlijk moet. Hij maakt er een hele theatrale, mooie ingetogen voorstelling van. Ook mensen die niet geïnteresseerd zijn in enige vorm van politiek engagement kunnen naar deze voorstelling en hebben dan een mooie avond. Dansinhoudelijk vind ik dit een van de meest interessante voorstellingen omdat er veel elementen in zitten van de Indonesisch-Maleis-Polynesische dans en er in die regio een bepaald soort bewegingsbenadering heerst, heel eigen.’ (Annemieke laat fysiek een voorbeeld zien van hoe de vingers in een soort ‘mudra’ worden gevormd.)

De tekstbeschrijving van Ponifasio’s komende voorstelling doet een verbinding vermoeden van verschillende werelden. Klopt dat?

‘Omdat we vooral zo uitgesproken internationaal werk programmeren zijn we eigenlijk, wat Pierre noemt, ‘het venster op de wereld’. Dat is gewoon ons uitgangspunt. Er gebeurt zoveel op de hele wereld waar we niets van weten, waar mensen ook niet automatisch nieuwsgierig naar zijn – maar dat zijn wel de dingen die wij willen brengen naar Nederland. Om de ramen en deuren open te houden. De visie te laten verbreden en mensen meer te laten weten wat er in andere culturen speelt en wat daar aan rijkdom is.’

Het Wereldmuziek Theater Festival heeft tot aan 2008 bestaan. Het is een stille dood gestorven. Hebben jullie niet dezelfde uitgangspunten gehad?

‘Wij hadden inderdaad dezelfde uitgangspunten. Het importeren van andere manieren van denken en soms de vertaling van gedachtegoed dat ook hier gangbaar is. Een beleid om de luiken open te zetten, dat is onze missie.’

Wie is Annemieke Keurentjes? Hoe is je passie ontstaan voor de podiumkunsten?

‘Ik was vroeger gegrepen door de films van Fred Astaire en Ginger Rogers, en Barbra Streisand. Ik heb niet de neiging om als ik geïnspireerd raak in een liedje uit te barsten maar mijn liefde voor bewegen werd met het zien van deze televisiebeelden wakker gekust. Kunst bestond bij ons eigenlijk van huis uit niet. Mijn ouders hanteerden voor ons een ideaal: we moesten iets aan muziek doen en aan beweging. Dat paste ook in die tijd; een gezonde geest in een gezond lichaam.

Als meisje van acht begon ik met één keer per week ballet en dat groeide snel naar twee keer, drie keer. De juf vroeg; zou je geen danseres willen worden? Natuurlijk wilde ik dat. Ik heb in Arnhem op de academie gestudeerd, de vooropleiding en vakopleiding en het laatste jaar van de vakopleiding heb ik bij Introdans gewerkt. Daar en ook op de vakopleiding ontdekte ik dat klassieke dans niet mijn ding was. Toen ben ik naar de Rotterdamse Dansacademie gegaan om moderne technieken te studeren die in Arnhem niet aangeboden werden. Ik ben vervolgens in allerlei projecten verzeild geraakt en heb elf jaar als freelance danser gewerkt.’

Je bent na je dansersloopbaan naar de Universiteit van Amsterdam gegaan?

‘Ik realiseerde me dat zoveel jaren ervaring en kennis in de Nederlandse podiumkunsten niet weggegooid moesten worden. Ik heb Culturele Studies als kopstudie gedaan, afstudeerrichting beleid en management. Ik was net begonnen met deze opleiding toen Beppie Blankert belde dat ze een nieuw stuk ging maken en me er graag als danseres bij wilde hebben. We hebben gepraat over wat ik aan het doen was en toen vroeg ze me als producent voor haar te werken. Eigenlijk is het van daar heel organisch gegaan en ben ik in verschillende productionele functies beland.’

Wat zijn je criteria voor het voorleggen van een voorstelling? Wat zijn je ‘guide lines’?

‘Ik hecht aan een mate van ambachtelijkheid. Ik wil in een werk kunnen zien dat een choreograaf of regisseur weet wat hij wil vertellen en waar hij naartoe gaat. En dat hij weet wat voor middelen hij daarvoor inzet of voor in kan zetten. Ook vind ik dat een werk moet communiceren met het publiek. Er zijn voorstellingen die niet voorbij de rand van het podium komen. Er gebeurt van alles op het podium waarbij ik me wel eens afvraag of de makers nu echt geïnteresseerd zijn in de gemoedstoestand van het publiek. Maar soms kan het waanzinnig interessant zijn als mensen een nieuw spoor aan het uitpuzzelen zijn en heeft het een niveau dat zeker de moeite waard is om aan het publiek te tonen. En dan heb je natuurlijk criteria als eigenheid en eigenzinnigheid, de manier waarop een kunstenaar zich verhoudt tot de wereld en persoonlijke smaak.’

Ik zag dat jullie ook ballet programmeren. Omdat ik zelf een met ballet verweven geschiedenis heb constateer ik dat deze kunstvorm van oudsher voornamelijk juist een afstand creëert tussen toeschouwer en performer. Hoe verhoudt zich dat tot wat je daarnet zegt over communiceren met het publiek?

‘Ballet wordt uiteraard voor een publiek gemaakt. Hoe abstracter daarentegen een werk, hoe lastiger het is om te duiden wat er nu precies gecommuniceerd wordt. Maar het plezier van dansen, bewegen, kan ook een communicatiefactor zijn en daar is ook een publiek voor. Een substantieel deel van het publiek vindt het bovendien indrukwekkend om te zien wat dansers kunnen. Naar virtuositeit wordt graag gekeken.’

Van jullie festival is bekend dat het bij de programmering inhaakt op actuele ontwikkelingen en trends in de podiumkunstwereld. Klopt dat?

‘Ik vind het begrip ‘trend’ steeds moeilijker worden omdat trend iets vluchtigs heeft en ik eigenlijk niet zo geïnteresseerd ben in de hype van het moment. We waren altijd op zoek naar ontwikkelingen maar ondertussen zijn we op een punt beland dat er al een zodanige diversiteit is in aanbod dat ik me afvraag wat daar nog voor nieuws aan toegevoegd kan worden. Behalve dan het laten zien van een hele eigen signatuur van mensen. Dat is wel wat steeds meer de plaats inneemt van trendsetting. Ik kijk naar specifieke handtekeningen, een specifiek idioom wat mensen zoeken.’

Kun je doordat je het internationale podiumkunstenveld in de gaten houdt bepaalde ontwikkelingen traceren en aan de hand daarvan voorspellingen doen? Sommige programmeurs denken namelijk tendensen te kunnen herkennen waaruit geconcludeerd wordt wat het publiek interessant gaat vinden.

‘Per land is dat verschillend. Daarom is het lastig om er in het algemeen iets over te zeggen. Smaakverschillen zijn er per publiek waardoor ontwikkelingen zich in het ene land wel doorzetten en in het andere totaal niet. Ik denk wel dat het een tijdje uit de mode geweest is om je met techniek bezig te houden als het over dans gaat. Volgens mij zijn mensen daar nu niet meer zo bang voor. De behoefte om puur abstracte stukken te maken zie ik nu eigenlijk niet meer.

In Nederland is er een aanzienlijk aantal moderne makers die zich vooral gefocust hebben op het ontwikkelen van eigen bewegingsmateriaal. Volgens mij zoeken makers altijd een vorm die past bij wat ze willen zeggen. Maar als je het specifiek over dansidioom hebt dan is dat vaak zo gelaagd en gedetailleerd. Denk bijvoorbeeld aan Anouk van Dijk die haar eigen techniek heeft ontwikkeld. Of Harijono en Andrea die sterk met hun ‘isolaties’ gewerkt hebben.

We hebben deze keer een voorstelling van Abou Lagraa staan. Dat is een Franse choreograaf (zie interview hier) die getraind is in hedendaagse dans, dat zie je heel goed in de stukken die hij maakt. Die zijn misschien zelfs een beetje keurig. Maar hij is uitgenodigd om bij het traditionele gezelschap van Algerije een eigentijdse kern op te zetten. Hij heeft daar auditie gehouden en kreeg veel jongens op auditie die in hun vrije tijd hip hop beoefenden, dus Abou moest zich ineens tot een heel ander idioom verhouden. Hij had dat ook kunnen laten liggen maar hij is daarmee aan de gang gegaan.

De geselecteerde jongens kregen een training in eigentijdse dans. En Abou heeft in die periode veel hip hop kunnen zien die in Frankrijk in ieder geval razend populair is, en ook aanwezig is in de theaters. Hij maakte een stuk dat voor mij heel duidelijk hip hop idioom verbindt met hedendaagse theaterdans. Niet per se virtuoos. Maar heel toegankelijk en heel helder. Ik wilde dat graag laten zien omdat urban dance in Nederland wel aanwezig is maar op een of andere manier niet genoeg in het theater. Het kost hier meer moeite. Daar heeft iemand een vorm gevonden die urban dance mogelijk maakt op een groot podium voor een breed publiek. Het is een voorbeeld van hoe dingen elkaar beïnvloeden maar ik weet niet waar dat naar toe gaat. Ik weet niet of Abou zich gaat storten op het ontwikkelen van een ander idioom dankzij deze ervaring.’

De uitwisseling van cultuur bepaalde idiomen is heel actueel. Jullie hebben Cherkaoui geprogrammeerd die daar bekend om is.

‘Het maakt een voorstelling voor mij rijker als je verschillende achtergronden kunt traceren. Daar kan ik enorm van genieten. Maar tegelijkertijd realiseer ik me ook dat dit lang niet voor iedereen zo zal gelden. Dus je moet als programmeur leren kijken of een voorstelling interessant is zonder dat je die sporen kunt traceren.’

Wat vind je van de Nederlandse danssituatie? Je hebt door je reizen de mogelijkheden gekregen om te vergelijken met het buitenland.

‘Nederland heeft een ongebruikelijk uitgebreide infrastructuur wat de danswereld betreft. De nadruk wordt tegenwoordig gelegd op grote gezelschappen terwijl het middenveld, de kort-jarige en ad hoc gefinancierde projecten eigenlijk hebben gezorgd voor een aantrekkelijke diversiteit waarin echt nieuwe dingen uitgeprobeerd worden. Dat deel dreigt nu weg te vallen.’

Je zit ook als commissielid bij de Amsterdamse Kunstraad. Je krijgt in deze moeilijke tijd een bijl en een mes want er vallen behoorlijk definitieve en zware beslissingen te maken.

‘Het is niet de eerste keer dat ik dit doe. Ik heb acht jaar geadviseerd voor de danscommissie van het Amsterdamse Fonds voor de Kunst, daarna was ik voorstellingbezoeker voor de Raad van Cultuur. Voor de afgelopen periode heb ik ook in de commissie Dans van de Kunstraad in Amsterdam gezeten. Dus dit is de tweede keer dat ik dit voor de Kunstraad doe. Ik vind het wel goed om continuïteit in de advisering te krijgen. De advisering is een soort drietrapsraket. Het advies gaat naar het bestuur en daarna naar de gemeenteraad maar onderweg kunnen de adviezen bijgesteld en/of weerlegd worden. Helaas, ook als programmeur ontmoet ik boze mensen omdat ik sommige producties niet programmeer.’

Dit interview van Annemieke Keurentjes door Gerard Mosterd kwam in 2011 tot stand. 


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*