Igone de Jongh interview: de beste ballerina van Nederland

De beste ballerina van Nederland heet Igone de Jongh. Geboren in Haarlem en getraind aan de Nationale Balletacademie is Igone momenteel de enige danseres bij Het Nationale Ballet die alle (7) rangen heeft doorlopen waarmee het topgezelschap dansers kwalificeert. Met een internationale maatstaf voor kwaliteit en bijbehorende concurrentie is dit een hele prestatie voor een Nederlands talent. Gerard Mosterd (choreograaf en ex-solist English National Ballet) toog naar de studio’s van Het Nationale Ballet om Igone de Jongh te ontmoeten. Helaas is dezelfde dag bekendgemaakt dat choreograaf en voormalig artistiek leider van Het Nationale Ballet Rudi van Dantzig is overleden. Het interview zal in de avond plaatsvinden.

Igone de Jongh in Jewels

Igone de Jongh in Jewels

Er wordt wel gezegd dat jij de muze van Hans van Manen bent. Wie was Rudi van Dantzig voor jou?

‘Rudi en ik hebben een hele bijzondere band gehad. Toen ik Rudi voor het eerst heb leren kennen was ik nog klein. Toen zat ik op de Nationale Balletacademie en deed ik als een van de kinderen mee met Het Zwanenmeer. Rudi was toen nog de directeur van Het Nationale Ballet (hierna HNB, red.) en was een indrukwekkend mens, voor een kind helemaal.’

Hij was de artistiek leider: heeft hij je een contract aangeboden?

‘Nee, dat was Wayne Eagling. Ik heb gelukkig wel een aantal keren met Rudi kunnen en mogen werken. Hij kwam toen regelmatig naar HNB toe, we hebben aan Monument voor een gestorven jongen gewerkt, wat ik heel fijn vond. Het is een belangrijk ballet voor hem geweest. Hij breidde ook Het Zwanenmeer uit. Rudi was veeleisend en ik had altijd het idee naar mij toe nog meer.’

Waarom had je dat idee?

‘Hij had het gevoel dat het mij allemaal te gemakkelijk afging. Rudi wilde graag zien dat je hard aan het werk was; dat het een bepaalde moeite kostte. En ik was nog jong toen ik de grote rollen voor het eerst deed. Het was moeilijk om iemand voor je te hebben die allerlei dingen uit je wilde halen waar je voor je gevoel nog niet klaar voor was. Dus het was niet altijd makkelijk voor mij om met Rudi te werken. In mijn latere jaren, toen ik met hem werkte in Romeo en Julia en Vier Letzte Lieder, begreep ik hem beter. Ik kon denk ik meer laten zien wat hij wilde zien. Het was erg waardevol om met Rudi te werken.’

Kun je beschrijven wat specifiek is aan zijn stijl? Bijvoorbeeld in vergelijking met andere choreografen zoals Hans van Manen?

‘Rudi was ook in zijn balletten het tegenovergestelde van Hans. Bij Hans gaat het om beweging en hij zegt wel veel ermee maar zonder dat het sterk naar voren komt. Bij Rudi was de emotie belangrijk en de techniek ondergeschikt. Rudi vond de ziel belangrijk, de ogen en de aanwezigheid van de danser. Hij was altijd fysiek met ons, wilde je altijd even aanraken. Voor mensen die hem niet zo goed kenden was dat soms vreemd want hij duwde je in een repetitie bijvoorbeeld om je aan te zetten tot een bepaalde beweging. Zo was Rudi gewoon.’

Wat Hans van Manen betreft, wat is denk je de reden dat je veel in zijn balletten danst?

‘Ik denk dat ik Hans begrijp: wat hij wil zien, wat hij bedoelt. Ik begrijp het ook als het niet goed is. We waren laatst aan het eten en toen hadden we het daar nog over. Ik had een ballet van hem gezien dat ik niet goed gedanst vond en zei er wat van. “Ja,” zei hij, “als het aan jou ligt zou niemand in mijn balletten dansen.” Maar dat is helemaal niet zo! Ik denk wel dat dat de kern is van onze relatie: om het werkelijk te begrijpen.’

Igone de Jongh

Je hebt veel verschillende balletten gedanst en met veel verschillende choreografen gewerkt. Heb je ook wisselende gevoelens of ervaringen gehad met choreografen?

‘Ik denk dat ik in een ballet van Hans op mijn best ben. Wat het daarentegen leuk maakt bij HNB is dat we zoveel verschillende dingen doen en verschillende stijlen. De klassiekers zijn ook altijd belangrijk voor me en die worden hoe langer hoe leuker op de een of andere manier. Iemand waar ik een hele bijzondere ervaring mee heb gehad is Bill (William) Forsythe. Het is alweer een paar jaar geleden maar hij is toen twee dagen hier geweest om een stuk dat hij eerder had gemaakt met ons te repeteren. Die man heeft me echt verrast. We dansten Steptext, een belachelijk zwaar stuk. Maar hij wist met ons te werken en dingen uit ons te halen. Hij begon bijvoorbeeld een repetitie met te zeggen: “You are the experts, show me what you know”, en dat geeft je zo’n goed gevoel. Hij is natuurlijk een intelligente man, dat zie je ook aan zijn balletten, maar vooral zijn stijl van werken was bijzonder voor mij. Hij heeft improvisatie to another level gebracht. Dat was op een bepaalde manier voor ons ook moeilijk omdat je geschoold bent precies te doen wat je gezegd wordt.’

In elke baan zijn er verschillende fases. Wat vind je dat er veranderd is ten opzichte van vroeger?

‘Het is grappig dat ik merk dat ik nu ouder ben. Ik ben een van de oudere dansers in de groep, vergeleken met de 18-jarigen. Als mens, als vrouw, als danser heb ik het nooit erg gevonden om ouder te worden. Toen ik achttien was kreeg ik al snel grote rollen. De druk was groot: ze is Nederlands, ze is eerste soliste etc. Dus ik vergat op een gegeven moment te genieten. Pas na het overlijden van mijn moeder dacht ik: waar ben ik in godsnaam mee bezig? Ik ben later toe gaan werken naar een kind krijgen en vroeg mij af met alles wat ik had bereikt: ben ik er wel gelukkig mee? Na het krijgen van een kind kwam het plezier in de dans.’

[Tweet “Mijn moeder heeft me erg gesteund. Dat had ik echt nodig.”]

‘Mijn moeder was de allerbelangrijkste figuur in mijn leven, we waren heel close. Ze was er elke voorstelling, juist omdat ik zo jong was bood ze steun. In die tijd werd mental coaching bijvoorbeeld niet gezien als nodig. Maar het was niet makkelijk om op jonge leeftijd succesvol te zijn en om te gaan met oudere solisten die zich afvroegen wat er rondom mij gebeurde. Ik was best kwetsbaar, introvert en liet het allemaal maar een beetje gebeuren. Mijn moeder heeft me erg gesteund. Dat had ik echt nodig.’

Igone de Jongh in a la Russe

Igone de Jongh in a la Russe

Was je vroeger meer met techniek bezig dan nu?

‘Nee, dat is hetzelfde. Dansers worden steeds beter. Als eerste solist heb je natuurlijk zoiets van: wacht even, het moet wel kloppen! Met techniek blijf je bezig als danser. Het is mooi als je techniek kan vergeten zodat je met andere dingen bezig bent als je op het toneel staat, maar dat moet dan wel kunnen. Eerst het harde werk en daarna kan je techniek vergeten.’

In de 16 jaar die je inmiddels bij HNB danst, wat kun je zeggen over de ontwikkeling van het gezelschap wat choreografen of dansers betreft?

‘Toen ik in de groep kwam waren er Valerie Valentine, Coleen Davis, Jeanette Vondersaar, Rachel Beaujean. Ga maar eens in een les staan als je 14 bent met dat soort dansers. Dansers met een sterke persoonlijkheid zie je minder. Niet alleen omdat oudere dansers zijn weggegaan en meer jongere dansers zijn aangenomen. Er zijn nog wel persoonlijkheden maar vroeger was het: je bent een persoonlijkheid en daarna ben je danser. En nu ben je in de eerste plaats danser. Ik denk dat elke groep dat wel meemaakt. Op een gegeven moment is een generatie weg en die moet aangevuld worden. Het is moeilijk voor Ted (Brandsen – huidig artistiek leider HNB – red.) om dansers aan te nemen die ervaring hebben en een persoonlijkheid en een techniek. Die bestaan gewoon niet zo veel, die moet je maken, die moeten het leren. In zo’n fase zitten we denk ik nu. Dit seizoen gaan ook veel mensen van mijn generatie stoppen en zij zijn nu de karakters in de groep. Ik heb in de jaren veel mensen zien gaan.’

Je bent zelf inmiddels een persoonlijkheid in de groep?

‘Ja, beslist. Ik heb een heleboel meegemaakt. Ik heb ook het gevoel dat het toppunt van mijn carrière nu aanwezig is. Ik wil echter zo lang mogelijk door blijven dansen. Ik zei laatst tegen Hans (van Manen): “Jij moet tegen mij zeggen wanneer het er niet meer uit gaat zien”. “Oh,” zei hij, “dan leef ik niet meer!” Hij wordt tachtig dit jaar. Maar verder ben ik niet zo bezig met stoppen met dansen.’

Is het nooit een verlangen geweest voor jou om in het buitenland te dansen?

‘Op een gegeven moment wel maar toen waren Mathieu (Gremillet, partner en tweede solist HNB, red.) en ik al samen. Om dan een gezelschap te vinden dat je allebei leuk vindt, waar je samen een plekje vindt en allebei blij: dat is bijna onmogelijk. We hebben het wel overwogen maar uiteindelijk niet gedaan. Daarbij had ik altijd zoiets van: dit is toch mijn thuis. Misschien was ik wel weggegaan maar altijd weer teruggekomen.’

Hoe zou je jezelf omschrijven: wie is de persoon achter de danser Igone de Jongh?

‘Elke danser is gedisciplineerd, dat kan niet anders. Ik denk dat ik een danseres ben die heel trouw is. Bijvoorbeeld naar Hans (van Manen) toe. Dat ik er graag sta en mijn best voor hem doe. Ik denk dat die mentaliteit minder wordt in de groep. Mensen denken: ‘Nou als ik gekozen wordt leuk, maar zo niet, dan niet’. Als ik echter niet in een ballet van Hans sta, dan zou mijn wereld instorten! Ik wil graag dat hij tevreden is en dat voelt hij en daarom werkt het ook.’

Waar komt die toewijding van jou als danser vandaan? Je maakt jezelf er kwetsbaar mee want als een choreograaf niet tevreden is dan ga je met een rotgevoel naar huis.

‘Dat klopt. Het is ook daardoor dat je nu minder persoonlijkheden in de dans hebt. Door jezelf niet kwetsbaar op te stellen kom je in een creatie tot minder. Vroeger had je mensen zoals Clint Farha, die was ook heel kwetsbaar. Dat zie je hoe langer hoe minder. Ik ben opgegroeid met die dansers en die choreografen. Je hebt nu ook choreografen, die komen binnen en zeggen: ‘Dit en dit’ en die gaan weer weg. Dat was niet zo bij Rudi, en Toer (van Schayk) en Hans.’

Je neemt veranderingen waar in de danswereld. Denk je bijvoorbeeld dat er ooit een hip hop-voorstelling komt bij Het Nationale Ballet?

‘Ik denk onder leiding van Ted niet. We zijn natuurlijk het enige klassieke gezelschap in Nederland en dat werkt – ook als je kijkt naar verkoop van voorstellingen – uiteindelijk het beste. De Notenkraker was voordat we in première gingen voor 98% verkocht. Ik denk dat het niet zo snel zal gebeuren dat we daarvan af gaan wijken. Klassiek ballet doet het steeds beter bij het publiek. Een tijd ging het wat minder maar nu is het weer helemaal terug. Mensen willen toch naar het theater om een sprookje te zien, weggenomen worden uit de dagelijkse sleur. Dat doet klassiek ballet perfect.’

Igone de Jongh in Timelapse

Igone de Jongh in Timelapse

Raakt de taal van ballet nooit uitgeput?

‘We zijn nu bezig met een nieuw ballet van Hans en een nieuw ballet van David Dawson. David is iemand die erg naar de extreme kant gaat. Een beetje naar de kant van Bill (William Forsythe): think outside the box. Dat is interessant maar ook moeilijk. We zijn zo gewend aan wat we kennen. Daarom is het lekker dat over twee maanden Het Zwanenmeer weer komt.’

Zie je iets veranderen aan de structuur van het gezelschap, de hiërarchie van rangen en standen, staf en choreografen?

‘Nee. Ik denk ook niet dat het zal gaan veranderen. We zijn het enige gezelschap in Nederland met zo’n structuur en dat hoort er ook bij. In Rusland praat je niet tegen een eerste solist, maar daar we zijn we in Nederland weer veel te Nederlands voor. Dat er een bepaald respect is voor de solisten is echter goed.’

Wat gaat er door je heen als je op het toneel staat?

‘Bij balletten van Balanchine moet je veel tellen. De meisjes tellen ook nog eens anders dan de jongens. Bij Agon op muziek van Stravinsky waren we eens zo hard aan het tellen bij een generale repetitie dat het orkest stopte en zei: dit kan niet, jullie tellen te hard! Ik vind het vreselijk wanneer je steeds moet tellen.’

[Tweet “Ik vind het vreselijk wanneer je steeds moet tellen.”]

‘In een ballet van Hans ben ik altijd erg gefocust en geconcentreerd bezig omdat het muzikaal moet zijn en omdat hij het heel precies wil hebben. Als je daarbuiten gaat en te veel of te weinig doet dan is het niet meer hetzelfde ballet. Als er teveel emotie is dan klopt het al niet. Bij Romeo en Julia bijvoorbeeld van Rudi, is de laatste scène heel emotioneel. Dat is elke avond anders: je bent de ene dag meer emotioneel dan de andere. Je moet er dan voor zorgen dat je je niet teveel door de muziek laat meeslepen. Als de emoties je de baas zijn dan kun je niet meer uitbeelden wat je moet uitbeelden. Er gaat dus van alles door je heen.’

Dit interview is in februari 2012 afgenomen. Foto’s zijn van Angela Sterling.

 


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*