Interview Jan Linkens, artistiek intendant Internationaal Danstheater


Notice: Array to string conversion in /home/balletdo/public_html/danspubliek.nl/wp-content/plugins/jetpack/modules/carousel/jetpack-carousel.php on line 429

Jan Linkens is niet alleen directeur van de dansvakopleiding van het Koninklijk Conservatorium, ook is hij artistiek intendant van Internationaal Danstheater. Gerard Mosterd vroeg hem in 2011 voor Danspubliek het hemd van het lijf.

Het Internationaal Danstheater

In 1961 richtte onder meer Ferdinand van Altena het Internationaal Danstheater in Amsterdam op. Toen nog het Internationaal Folkloristisch Danstheater. Dat voerde als enig professionele gezelschap ter wereld etnisch geïnspireerde dansen op uit alle vijf continenten op aarde.

Het Internationaal Danstheater toerde uitgebreid en had ook een ensemble voor de jeugd dat voorstellingen maakte voor jongeren vanaf acht jaar. Het gezelschap was onder andere gevestigd aan de Kloveniersburgwal in Amsterdam. In het prachtige 17e eeuwse pand, waar ooit Rembrandt moet hebben geschilderd, bevond zich hun uitstekend geoutilleerd theater, de Doelenzaal met een capaciteit voor zo’n 170 stoelen.

danspublieksprijs 2014

Terugblik

Artistiek leider Maurits van Geel, die Van Altena opvolgde, nam begin 2011 afscheid van zijn functie na 22 jaren toegewijde dienst. Het afgelopen halfjaar betekende een dramatische periode voor het Internationaal Danstheater. Ondanks de toekenning van een Zwaan tijdens de Nederlandse Dansdagen voor de meest indrukwekkende dansproductie van het afgelopen seizoen: de voorstelling Mourning van de Irakees Muhanad Rasheed, zag het Internationaal Danstheater zich afgelopen oktober genoodzaakt om het voltallige ensemble, achttien dansers en zes musici, te ontslaan.

Het gezelschap had op meer subsidie gerekend voor de toekomst. De ontslagen zouden moeten leiden tot het vrijkomen van geld om een meer eigen cultureel ondernemerschap, artistieke vernieuwing en de werving van een nieuw publiek mogelijk te kunnen maken. Per productie zullen voortaan de benodigde uitvoerende kunstenaars moeten worden ingehuurd. Jan Linkens is inmiddels benoemd tot nieuw artistiek intendant per 1 maart 2011. Met ingang van 1 april 2011 werd Sophie Lambo benoemd tot algemeen directeur.

Wie is Jan Linkens?

Ik zocht hem op voor een interview, in de lobby van het Internationaal Danstheater aan de Kloveniersburgwal. Maar ik weet wie Jan is: we studeerden allebei aan de dansvakopleiding van het Koninklijk Conservatorium, toen nog in de Korte Lombardstraat in Den Haag. Ik herinner me hem als een uiterst gedreven, ranke danser met een elegante precisie in uitvoering. Het jaar nadat ik arriveerde vertrok hij voor zijn eerste professionele seizoen bij Het Nationale Ballet. Nu, decennia later, vertelt Jan gepassioneerd over zijn internationale loopbaan en zijn plannen voor het drastisch veranderende gezelschap.

Jan vertelt dat hij enkele jaren geleden als freelancer toe was aan meer stabiliteit en door Vasco Wellenkamp, toenmalig directeur en choreograaf van het Nationale Ballet van Portugal, gevraagd werd als adviseur en assistent voor zijn gezelschap in Lissabon.

‘Als freelancer kom je altijd ergens terecht voor een hele korte periode zodat het structureel ontwikkelen van dansers en repertoire niet echt lukt. Aan de ene kant heel erg prettig want je hebt dat hele scala aan problemen niet, zoals dansers die je moet gebruiken en niet kan gebruiken. Je komt binnen en je doet je ding, of het nou choreograferen of lesgeven is. Je hebt eigenlijk met niemand iets te maken. Maar ik draag graag verantwoordelijkheid dus ik besloot om Vasco’s aanbod te accepteren.

Na enkele jaren wisselde de Portugese regering en daarmee kwam er ook een nieuwe directie. Ik merkte al gauw dat het niet zo klikte met de nieuwe directrice omdat het sterk een sfeer was van Portugezen onder elkaar, en daar houd ik niet zo van. Uiteindelijk moet het gaan over werk, over kwaliteit en niet over of je belangrijk bent in het land of in de stad. Deze mevrouw begon erover dat we alleen maar Portugezen moesten bevorderen en we moesten alleen maar focussen op onze positie in Portugal. Toen dacht ik, nou daar wil ik eigenlijk helemaal niet bij zitten want dat is voor mij terug naar honderd jaar geleden. We staan tegenwoordig in contact met de hele wereld, dan ga je toch niet op de tour van “Wij Portugezen”? Als een danser goed is maakt het mij niet uit waar die vandaan komt. Omdat onze ideeën botsten besloten we samen om de samenwerking te beëindigen. Ik begon m’n freelance werk weer langzaam op te pakken en terug te keren naar het reizende bestaan, van gezelschap naar gezelschap totdat het Internationaal Danstheater kwam met de vraag of ik niet intendant bij hen zou willen worden.

Ik ken het gezelschap van heel lang geleden en ik respecteerde ze altijd enorm voor het unieke werk dat ze doen. Het heeft altijd een aparte, geïsoleerde plaats ingenomen binnen het Nederlandse danscircuit. Ik vroeg me af: wat moet ik daar? Want dat is niet mijn wereld, dat is niet mijn achtergrond. Totdat degene die de reorganisatie deed naar Portugal kwam om er met mij over te praten. En al pratend over wat er gebeurd is, wat de ideeën zijn en wat ze willen dacht ik: dat lijkt me een geweldige uitdaging!

Waar we voor gaan zorgen is natuurlijk dat dit gezelschap meer gaat aansluiten bij de tijd. En dat het zich niet meer alleen bezig houdt met de authentieke folklore en tradities maar veel meer kijkt naar mensen die de oorsprong, de traditie en de rituelen gebruiken voor de dingen van nu. En dat spreekt me wel heel erg aan. Zodanig dat ik onmiddellijk instemde om me eraan te verplichten, me niet realiserende in wat voor moeilijke omstandigheden de Nederlandse cultuurwereld inmiddels verzeild was geraakt. Ik vind het heel erg belangrijk dat een groep als het Internationaal Danstheater blijft bestaan. Want het werk van deze groep in de afgelopen vijftig jaar is fantastisch geweest en dat moet niet verloren gaan. De beweegredenen, doelstellingen en betekenis van deze groep moeten echt blijven. Alleen moeten we daar nu een andere, meer hedendaagse vorm aan zien te geven. En die vormen kunnen uit veel verschillende hoeken komen. Het lijkt mij erg leuk om daar mee bezig te zijn en omdat het niet echt mijn achtergrond is vormt het een uitdaging waar veel van te leren valt.’

Kun je concreet aangeven hoe een voorstelling van Internationaal Danstheater onder jouw beleid eruit gaat zien in vergelijking tot het verleden?

‘Vroeger ging een delegatie van het Internationaal Danstheater naar bijvoorbeeld India, deed nauwkeurig lokaal onderzoek om dansen, kostuums en muziek te selecteren. Zo is bijvoorbeeld de prachtige folklorevoorstelling Moeder India ontstaan. Wat mij nou interessant lijkt is om veel meer van een revue-achtige opzet weg te gaan – de structuur van het nummertjes maken – en veel meer samen te werken met choreografen. Die uit die traditie komen, of omdat ze daar vandaan komen of omdat het hun achtergrond is, of omdat ze daar heel erg in geïnteresseerd in zijn. Om te kijken hoe je die folklore omzet naar nu.

Je hebt choreografen die de traditie in stand houden, zoals het vroeger gedaan werd. Die kopiëren telkens weer bestaande recepten. Alle volksdansgroepen doen die dansjes. Maar mij lijkt het nou heel interessant om juist te zien wat je er nog meer mee kunt doen. En hoe combineren en transformeren mensen uit bijvoorbeeld Korea hun klassieke dansen, hun folklore met en naar de wereld van nu. Wat ontstaat er dan? Dan werk je toch vanuit je oorsprong, de ene keer misschien meer ritueel, de andere keer meer symbolisch, de een meer in muzikaliteit de ander meer in theatraliteit. Dat kan per productie ook verschillen. Maar met dat soort mensen zoek ik eigenlijk contact om met het Internationaal Danstheater samen te werken. Wanneer je een stukje folklore van ver hierheen haalt laat je voornamelijk een stukje verleden zien. Ik vind dat je juist een stukje heden zou moeten laten zien, zodat je een verbinding tot stand brengt tussen het verleden, heden en misschien zelfs toekomst.’

danzon

Een cliché vraag die ik je uiteindelijk moet stellen: hoe ben je met de dans in aanraking gekomen?

‘Ik kom uit Zuid-Limburg, uit het dorpje Amby, vlakbij Maastricht. Ik kom uit een absoluut a-culturele familie. Helemaal niks: geen boek, geen grammofoonplaat, geen schilderij. Mijn ouders waren hardwerkende mensen met een meubelzaak. Mijn moeder werkte in de zaak en vader richtte de woningen thuis bij klanten in. Ik zocht denk ik indertijd naar een uitlaatklep en zag een keer dans op de Duitse televisie. Wist niet meer precies wat het was. Met de meisjes van mijn straat raakte ik betrokken in een dansclubje. Ik danste voorop en zij achter mij. Zo had ik het natuurlijk wel geregeld. Ik verzorgde de kostuums, de choreografie en alles d’r op en d’r aan. Alles voor de lol. Bij de plaatselijke carnavalsvereniging konden we op een ‘middag voor lokaal talent’ optreden. De lerares van de plaatselijke balletschool zag me daar toen en vroeg me lessen bij haar te volgen.”

Een keer per week nam ik les bij haar in het dorp. Ik was de enige jongen en van één dag werd het uiteindelijk drie dagen per week. Naar aanleiding van het vijfjarig jubileum van de school schreef ik een brief naar de dansvakopleiding in Den Haag waar ik wel eens van gehoord had. Ik nodigde het docententeam uit om eens bij ons te komen kijken. Tot mijn stomme verbazing kreeg ik een brief retour van de toenmalige directeur René Vincent die aankondigde om met een heel team docenten naar ons af te reizen om audities te houden voor Zuid-Limburgse kindertjes. Toen ze hier waren vroeg (de inmiddels overleden) docent Job Sanders, waarom doe jij nou niet ook auditie? Ik had daar eigenlijk nog niet voor mezelf over nagedacht. Ik heb het toen toch gedaan en kwam voor de vervolgauditie naar Den Haag. Maanden later ontving ik het bericht dat ik was aangenomen. Ik was veertien. We zochten een pleeggezin omdat Maastricht te ver is van de Randstad. Het werd een gezin waar de vrouw, oorspronkelijk uit Maastricht kwam. Zij werd mijn tweede moeder.

Na een jaar zei René Vincent op mijn vijftiende dat het niet zou lukken. Zijn beleid was dat je op je achttiende klaar moest zijn om bij een gezelschap in dienst te treden. Hij vond dat ik een fysieke achterstand had en was bang dat ik het niet zou redden. In die tijd kon je alleen MAVO doen. Ik stelde voor dat ik dat zou afmaken, om vervolgens in drie jaar mijn achterstand in te halen.

Ik wist een ding zeker: ik word danser en als ik het hier niet word dan word ik het ergens anders. Dus geef me nog een kans. Door lang aandringen van onder andere Job Sanders heeft Vincent me nog een kans gegeven en heb ik in drie jaar mijn achterstand weten in te halen. Uiteindelijk kreeg ik een contract bij Het Nationale Ballet, bij Scapino en bij het Nederlands Dans Theater. Ik heb toen gekozen voor Het Nationale Ballet hoewel de dansvakopleiding meer contact had met het NDT want de dansers daarvan kwamen les nemen op de opleiding. Het leek me het beste om bij HNB verder te leren vanwege de diversiteit aan choreografen en producties. Ik was 18 en begon als aspirant, verdiende 900 gulden per maand. De hogere klassen aan het KC hadden een keur aan ervaren coaches en de paar studenten die de eindstreep haalden wisten honderd procent zeker dat ze danser wilden en konden worden. Door die kostbare constructie kun je vaststellen dat diegenen die het haalden meestal nog steeds in het dansvak actief zijn.

Het eerste jaar bij HNB maakte ik kennis met hun choreografie-workshop. Dat vond ik ontzettend leuk. Het was een intiem proces om een voorstelling te maken. Ik werd gevraagd om in de vrije tijd mee te werken aan iemands choreografie. Het volgende jaar wilde ik het zelf ook proberen. Zo ben ik met choreograferen begonnen. Over mijn eerste choreografie zei de balletmeester, Christine Anthony, dat ik het veel te moeilijk had gemaakt. De mensen kunnen dat helemaal niet aan. Toen dacht ik, ja, dat ligt niet aan mij, dat ligt aan hen. Toen wist ik het jaar erop, die fout maak ik niet nog een keer, ik vraag alleen nog maar solisten voor mijn stuk. Dansers met meer technische bagage. Dus ik vroeg alle solisten, Han Ebbelaar, Mea Venema etc. of die met mij in de workshop wilden staan. En die wilden dat ook. Ontzettend leuk. En toen werd dat stuk door Rudi van Dantzig uitgekozen om in het repertoire opgenomen te worden. En het jaar daarop selecteerde Rudi drie jonge choreografen die samen een avond maakten waarmee door het land getoerd zou worden.

Ik maakte daarin een choreografie en dat pakte goed uit dus ik belandde voor een keuze: of verder met dansen en af en toe choreograferen, of stoppen en concentreren op choreograferen. Ik besloot om te blijven dansen, dat moet je zo lang mogelijk doen. Dat choreograferen komt nog wel een keer. Je moet zoveel mogelijk leren en met zoveel mogelijk mensen werken. Ik had het geluk dat ik nogal snel bewegingen aan kon leren dus ik kon het dansen goed combineren met het choreograferen. Ik kon goed ergens drie weken een choreografie maken, terug bij HNB komen, in drie dagen een ballet leren en optreden. Deze formule heb ik zeventien jaar volgehouden. De laatste twee jaar ben ik me meer gaan bezig houden met lesgeven in het gezelschap en ook daarbuiten. Ik ben toen ook meer stukken gaan repeteren, onder andere als assistent van Wayne Eagling.

Ik werkte als choreograaf veel buiten HNB, zoals bij de Komische Oper in Berlijn. Het stuk dat ik daar maakte sloeg goed aan en rond die tijd waren ze op zoek naar een nieuwe artistiek leider. De tweede choreografie die ik bij ze maakte pakte nog beter uit en toen vroegen ze mij of ik misschien niet die leidinggevende functie zou willen. Ik stemde toe maar wel onder de voorwaarde dat ik dat samen met mijn partner Marc Jonkers kon doen. Ik kon deze groep namelijk niet in mijn eentje dirigeren. Het waren zestig dansers waarvan velen 25 jaar onder een enkele choreograaf hadden gewerkt. Marc werd de zakelijk directeur en ik werd de artistiek leider/huischoreograaf. Een enorm leuke maar ook moeilijke tijd brak aan. De sfeer was heel politiek geladen. De Berlijnse muur was net gevallen dus de cultuursector stond daar onder enorme druk vanwege aankomende bezuinigingen. Drie operahuizen met een balletgroep gingen tegen elkaar in. Alle drie met hetzelfde repertoire. Wij probeerden te vernieuwen maar dat werd ons niet in dank af genomen. Het publiek was namelijk zeer conservatief. De operahuizen zitten vast aan de traditionele Zwanenmeren, Doornroosjes en Notenkrakers. Iets anders willen ze eigenlijk niet. Het was moeilijk om dat te vernieuwen.

Vernieuwing vraagt ook om tijd en die hadden we niet bepaald gekregen. Na vijf jaar werd ons de vraag gesteld: ‘Er moeten weer zoveel mensen wegbezuinigd worden, willen jullie dat doen?’ We hadden in vijf jaar het ensemble van 60 naar 35 mensen afgebouwd op een organische manier. Ik was blij dat we dat voor elkaar hadden kregen omdat Duitse contracten, voor het leven, erg lastig zijn om te ontbinden. Van de 35 moesten we er nog eens 10 wegbezuinigen en toen zeiden we: dat doen we niet. Ons contract is toen niet verlengd en iedereen is ontslagen. De nieuw aangestelde artistiek leider hield het na anderhalf jaar voor gezien. Na zijn vertrek hield zijn opvolger het slechts zes maanden vol. Enige tijd na zijn vertrek werd de groep opgeheven. Het was ook eigenlijk de intentie van de Berlijnse beleidsmakers om de verschillende dansgroepen terug te brengen tot één een gezelschap. Erg jammer want we hadden de kans om een modern gezelschap te ontwikkelen naast de grote klassiekers. Ik begrijp niet dat zo’n vooruitstrevende stad als Berlijn dat niet accepteert. Nu functioneren klassiek en modern repertoire onder de hoede van slechts één artistiek leider.

Marc werd vervolgens gevraagd om directeur te worden van het Nationale Ballet van Portugal. Ik had inmiddels genoeg van het ‘directeur zijn’ dus ik zei hem dat ik wel mee zou komen en af en toe les zou geven maar uiteindelijk alleen maar wilde freelancen. Even te gast zijn en geen zorgen hebben voor anderen. Dat verliep uitstekend. Ik gaf lessen, choreografeerde bij verschillende gezelschappen maar ook bij het grote revue-theater en voor moderne gezelschappen. Door die mix had ik het hele jaar werk. Om de drie, vier weken koffer inpakken en naar ergens anders naar toe. Op een gegeven moment verlangde ik weer naar een consistente basis. Toen volgde de jarenlange samenwerking met Vasco Wellenkamp bij het Nationale Ballet van Portugal en nu zit ik hier.’

Als ik het zo hoor, heb je dus veel verschillende facetten van de danswereld beleefd?

‘Voor mij betekent dans: iedereen die beweegt. Een academisch geschoolde dans is niet de enige vorm van dans. Als een klassieke productie goed gedaan wordt kan ik er enorm van genieten, maar ik kan net zo goed van een andersoortige dansproductie genieten als het goed gedaan wordt. Het gaat erom dat je als publiek meegenomen wordt in een voorstelling. Of dat nou academisch, hip hop, modern of theatraal is dat maakt mij niet uit zolang het interessant blijft. Ik sta open voor alle vormen van dans. Toen ik gevraagd werd om voor het revue-theater te choreograferen realiseerde ik me dat veel choreografen op dat circuit neerkijken als zijnde commercieel entertainment. Meiden die alleen maar hun benen kunnen optillen. Maar ik vond het een geweldige ervaring. Wanneer krijg je als choreograaf nou de kans om met 50-60 dansers tegelijk op het podium te werken? Een toneel van 35 bij 65 meter waar iedere avond 2000 mensen in de zaal zitten, acht keer in de week. Dat is toch geweldig? Je moet natuurlijk wel weten dat je daarmee anders omgaat dan met een modern dans ensemble of een klassiek gezelschap. Voor mij is het echter allemaal inspirerend.’

Wie inspireerde jou als choreograaf?

‘In het begin was ik sterk beïnvloed door choreografen die de muziek als uitgangspunt nemen voor hun creatie. Balanchine, Hans van Manen, Jirí Kylián, dat soort mensen die muziek vertalen in beweging, dat is voor mij toch wel het mooiste wat er is. Het lijf voor zich laten spreken. Ik heb veel moeite met verhalen vertellen in ballet. Emotie, sfeer en thema kun je in beweging uitwerken maar om nou te zeggen: “Ik hou van jou” met een piqué arabesque, dat vind ik heel erg moeilijk. Dat oude abstracte spreekt mij toch wel erg aan. Vaak is het zo dat we denken dat dans op zichzelf niet sterk genoeg is en dat we er van alles en nog wat omheen moeten bedenken. Terwijl ik er vanuit ga dat wanneer dans goed wordt uitgevoerd door mensen die iets te vertellen hebben, dan is dat de mooiste uitdrukkingsvorm die er is. Het lijf is zo fantastisch als expressiemiddel en kan blijven boeien. Het goed uitvoeren is alleen moeilijk. Niet iedereen kan dat. Opera zingen kan ook niet iedereen.’

Crazy Blues, Internationaal Danstheater

Wat betekent leiderschap in een dansgezelschap voor jou?

‘Leiderschap is één van de moeilijkste zaken in de danswereld omdat in de danswereld, zeker in de tijd dat ik danste, dansers gewend waren dat er voor hen gedacht en beslist werd. Er bestonden toen geen choreografen die werkten vanuit improvisatie. Een choreograaf dicteerde precies wat jij moest doen. Gelijk een leraar articuleerde wat jij moest doen. En er was niks van ‘Ja maar ik voel het zus of zo’, dat kwam niet bij iemand op. Dat is inmiddels natuurlijk enorm veranderd. Ga je leiding geven dan wil je nu wel dat mensen zich volwassen gedragen, dat ze ook verantwoordelijkheid voor zichzelf nemen. Je merkt dan toch dat dat het gevoel voor verantwoordelijkheid er bij een heleboel dansers niet is. Die hebben duidelijke kaders nodig betreffende wat ze moeten doen, hoe zich te gedragen etc. Dat vind ik het allermoeilijkste in leiding geven. Want ik verwacht dat dansers verantwoordelijkheid nemen voor zichzelf.

Dansers moeten de verantwoordelijkheid nemen om in optimale conditie te zijn en dat je je vak zo goed mogelijk uitoefent. Fysiek en mentaal. Gaat dat niet dan moet er over gesproken worden. Dansers schuiven te gemakkelijk verantwoordelijkheid af op een ander. Wanneer je optimaal presteert en in conditie bent zal een choreograaf jou uitkiezen. Kleine groepen die interessant werk doen en financieel moeite hebben om te overleven zijn vaak meer toegewijd en gedisciplineerd dan structureel ondersteunde instituten. Vaak was ik blij dat ik geen directeur was bij de groepen waar ik les gaf want ik zou een aantal mensen zo een schop onder hun kont hebben gegeven! We hebben kunstenaars in de danswereld nodig die 200% kunnen functioneren. Anders houdt het op. Alleen met overgave en discipline kom je er in dit vak. Een heleboel jonge mensen willen niet meer aan de discipline die weliswaar een voorwaarde is voor een langdurige loopbaan.’

Er is veel veranderd in de danswereld ten opzichte van de tijd dat jij danste. Is dat te merken?

‘Ja, maar het vak op zich is niet veranderd. Dat wat mensen nu moeten kunnen in een gezelschap is nog hetzelfde als twintig, dertig jaar geleden. Alleen merk ik dat opleidingen in Europa moeite hebben om leerlingen te ‘scoren’ die de discipline voor het ballet kunnen en willen opbrengen. Chinezen, Koreanen, dansers van buiten Europa, worden meer aangenomen vanwege hun disciplinaire instelling. Eigenlijk jammer. Niet alleen bij het klassieke ballet overigens. Goed getrainde, multifunctionele dansers is waar iedereen tegenwoordig naar zoekt. Wil je dat kunnen dan zal je hard moeten trainen. Zoals iedere serieuze musicus en sportman.’

Improvisatie, de eigen creatieve bijdrage van de danser aan het scheppingsproces is wel een stuk belangrijker geworden ten opzichte van vroeger. Hoe vind jij dat?

‘Ja, dat vind ik een hele goede verandering. Mensen waarmee je je creatieve proces kunt delen. Vroeger toen ik choreografeerde stonden dansers met hun armen over elkaar te wachten op wat jij voor ze bedacht had. Dan zei ik, ik wil die stap en dan voerden ze hem uit. Verder dan dat ging het ook niet. Af en toe had je er een woesteling bij die dan zelf nog iets wilde. Dat werd dan heel snel de kop in gedrukt. Stel je voor dat hij gaat doen waar hij zin in heeft, waar zit ik dan met mijn choreografie? Het zou nooit in me opgekomen zijn om tegen Toer van Schayk (choreograaf bij Het Nationale Ballet) te zeggen, ‘maar dit voelt niet goed’. Je moet als danser jezelf ook de tijd gunnen om materiaal op je in te laten werken. In deze tijd moet het altijd al eigenlijk meteen goed zijn. Als choreograaf en repetitor ben je daar bij en je bent er voor de danser om hen zover te krijgen dat ze de bedoelde beweging en intentie onder de knie krijgen. Improvisatie kan ook dansers ervan weerhouden om hun vocabulaire uit te breiden. Omdat ze geneigd zijn alleen dat te herhalen wat ze goed kunnen. Voor ontwikkeling moet je eigenlijk regelmatig uitproberen wat je nog niet kunt. Dan ontdek je nieuwe werelden.’

De bezuinigingen dwingen ook het Internationaal Danstheater tot drastische verandering. Hoe zal het gezelschap verder gereorganiseerd worden?

‘De reorganisatie brengt ons in het overgangsjaar terug tot een vaste kern:, een bureau, publiciteit, een artistiek leider, een zakelijk leider en artistieke coördinator. Per productie gaat worden bepaald hoeveel dansers we nodig hebben en komt er een auditie. Het komende jaar maken we vier producties, verschillend van stijl. Om kwaliteit te garanderen wil ik in de toekomst wel een aantal vaste performers aantrekken. Het Internationaal Danstheater wil ook graag meer gaan co-produceren, meer dan in het verleden, om financieel gunstiger te kunnen verdelen. Het gezelschap moet meer gaan reizen in het buitenland, zeker omdat het het Internationaal Danstheater heet.”

Je bent veel actief geweest als choreograaf. Wil je in de toekomst niet ook zelf voor het Internationaal Danstheater choreograferen?

‘In de toekomst wil ik zeker wel voor Internationaal Danstheater choreograferen maar in het komende overgangsjaar wil ik het gezelschap leren kennen, en ook mijn geboorteland Nederland waar ik inmiddels toch weer aan moet wennen. Ik wil me in het Nederlandse dansnetwerk gaan verdiepen. Als choreograaf ben je kwetsbaar en die kwetsbaarheid wil ik voorlopig nog even niet aangaan omdat het Internationaal Danstheater eerst coaching nodig heeft door een besluitvaardig en gefocust artistiek intendant.”

Dit interview is in april 2011 gemaakt door Gerard Mosterd.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*