Interview Nancy Euverink

Nancy Euverink was jarenlang één van de toonaangevende danseressen bij het Nederlands Dans Theater. Nu is zij artistiek uitvoerend leider van NDT2. Gerard Mosterd sprak haar als toenmalig directeur van de dansvakopleiding aan het Koninklijk Conservatorium.

Nancy Euverink als danseres opgeleid aan de Dansvakopleiding van het Koninklijk Conservatorium danste o.a. bij het Boston Ballet II en was jarenlang één van de toonaangevende danseressen bij het Nederlands Dans Theater. Zij danste belangrijke rollen in choreografieën van Jiri Kylián, Mats Ek, William Forsythe, Ohad Naharin, Lightfoot Léon en vele anderen. Ook werkt(e) zij als choreografisch assistent, docent en balletmeester bij gezelschappen, Hubbard Street Dance Company, American Ballet Theater, San Francisco Ballet, Royal Danish Ballet, Boston Ballet, Stuttgart Ballet, Lyon Opera Ballet, Nederlands Dans Theater etc. Nancy Euverink is met ingang van 1 september 2011 directeur van de Dansvakopleiding van het Koninklijk Conservatorium.

Henk van der Meulen, directeur Koninklijk Conservatorium: ‘Nancy heeft naast een indrukwekkende danscarrière een geweldige staat van dienst opgebouwd wat betreft doceren, repeteren en organiseren. Bovendien beschikt zij over grote kennis van en visie op de – internationale – klassieke en moderne danswereld en de eisen die aan de hedendaagse danser worden gesteld. Dat zij daarnaast één van onze voormalige leerlingen is maakt ons extra trots.’ (Uit persbericht Koninklijk Conservatorium mei 2011)

Aan een tafeltje in het Haagse Filmhuis zit ik naast de frêle danseres Nancy Euverink. Geanimeerd, maar met Indische bescheidenheid, vertelt zij over haar bijzondere loopbaan als danseres.

‘Als kind was ik ongebruikelijk bewegelijk. In Hengelo begon ik als meisje van vier op de balletschool omdat ik gespannen schouders had. Daar moeten we vanaf, vond m’n moeder. Ze wilde zelf vroeger ook danseres worden, maar háár ouders waren daar op tegen. M’n moeder opgegroeid in Bandoeng, stimuleerde me om de dansvakopleiding in Den Haag te volgen, nadat ik door de toelatingsauditie kwam.’

Nancy ging naar de havo, maar voltooide niet het hbo aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Met een klasgenootje haalde Nancy namelijk de finale van de Prix de Lausanne, mocht een cursus in Amerika volgen en danste daarop voor zes maanden bij het Boston Ballet-2. Daarna kwam er een contract vrij bij Nederlands Dans Theater II, waar Nancy altijd al had willen werken. Ze danste er twee jaar en mocht vervolgens van artistiek leider Jiri Kylián naar Nederlands Dans Theater I. Toch zag Kylián haar aanvankelijk niet echt zitten, maar Nancy Euverink wist hem met haar prestaties te verrassen. ‘De beste carrière die een danser zich maar kan wensen’, zegt Nancy van haar loopbaan bij het Nederlands Dans Theater (NDT).

Het NDT staat wereldwijd bekend als een toonaangevend, modern gezelschap van internationale dansers en choreografen. Het is een unieke prestatie van historische betekenis om als enig Nederlands theatergezelschap met goede recensies in The Met in New York en de Parijse Opera op te kunnen treden. Onder de visionaire, artistieke leiding van Jiri Kylián heeft het Nederlands Dans Theater sinds 1976 een bijna legendarische reputatie opgebouwd met uitzonderlijke performers en tot de verbeelding sprekende eigentijdse choreografieën. Jaarlijks komen honderden dansers uit alle hoeken van de wereld naar de Schedeldoekshaven in Den Haag om auditie te doen. Het Nederlands Dans Theater heeft specifiek strenge selectiecriteria bij het aannemen van nieuwe dansers: een gedegen klassieke basistechniek, een flexibel en esthetisch fysiek, het vermogen om snel nieuwe bewegingen op te pikken en te onthouden, het hebben van een natuurlijke, vloeiende bewegingskwaliteit, persoonlijkheid en – vooral voor het werk van Kylián en Hans van Manen – een uitgesproken muzikaliteit.

Wat staat je vooral bij van je ervaring als danser bij het Nederlands Dans Theater?

‘Choreografen daagden me uit om een gevoel in mijzelf te vinden. Ik liet mijn ego buiten de deur, want je stelt je in mijn ogen als danser dienstbaar op. De onderlaagse spanning in Jiri’s werk intrigeerde me: ‘there’s more than meets the eye’. Jiri ziet hoe hij de individuele kwaliteiten van een danser kan ontdekken en gebruiken. Hij trekt de danser mee in een wereld van verbeelding en gevoel. Hij zegt tijdens een maakproces dingen tegen de danser als: “Nu kijk je in die richting met het gevoel alsof de tijd is stil gaan staan, maar je wilt verder”. Gemiddeld komt een nieuwe choreografie tot stand in vier tot zes weken. Er komt een hele planning bij kijken, want er worden meestal verschillende choreografieën tegelijkertijd gemaakt. Soms steken er dan spanningen de kop op, maar die neemt iedereen op de koop toe, omdat we tenslotte voor hetzelfde doel werken: de voorstelling.’

Na jaren voorspoed en succes voltrok zich in 1995 een drama: Nancy werd geconfronteerd met reuma.

‘Op een ochtend werd ik wakker en kon door de pijn niet eens m’n dekbed optillen. Het was of ik elke dag zware grieppijn had en het ging maar niet weg. Ik heb toen een jaar niet kunnen dansen. Zes maanden leefde ik in angst en paniek. Wat moest ik met m’n leven? Ik heb heel veel steun gehad van Jiri Kylián en collega’s. Op een gegeven moment begon ik toch weer te dansen, ik werd sterker. Paul Lightfoot koos mij voor zijn choreografie Stil Leven en wilde mijn kwetsbaarheid daarin centraal stellen. Het was voor mij een kans om iets negatiefs positief te maken. Ik was zo blij dat men mij accepteerde zoals ik was met mijn aandoening. Paul Lightfoot, Ohad Naharin en Mats Ek hebben mij allen begripvol begeleid in onze samenwerking. Ik heb een manier gevonden om met reuma om te gaan. Ik heb m’n dieet aangepast en na geruime tijd accepteerde ik hoe de situatie er voor stond: oké, dit is het, calm down en we zien wel. Ik werd rustig en begon met beter worden.’

Deze ervaring heeft wellicht geleid tot een bepaald begrip van omgaan met problemen als dansers. Heeft dit zich geuit in je werk als repetitor of zal dit te merken zijn aan beleid van de dansvakopleiding?

‘Ik heb zeker begrip voor mensen die een probleem hebben en vaak grijp ik ook in als ik zie dat iemand te veel wil doen. Door mijn ervaring met reuma ben ik erachter gekomen wat mentale kracht en focus kan doen. En ondanks mijn beperkingen wist ik heel goed wat werkte en wat niet. Ik wilde onderzoeken wat tot het uiterste, maar zonder pijn, mogelijk was. Mijn been ging misschien niet naar maximale hoogte, maar welke kwaliteit kon ik geven aan die beweging? Het superbewust zijn van mijn bewegingen werd een onderdeel van mijn dansen. Als ik repeteer met andere dansers of studenten kan ik vaak goed uitleggen hoe iets artistiek of technisch beter kan worden en hoe ze een bepaalde pas onder de knie kunnen krijgen. Fysieke kracht en conditie van de leerlingen zijn voor mij ontzettend belangrijk. Het medische team wordt zeker onder de loep genomen en ik wil graag meer kracht en conditielessen in het rooster.’

De academie in Amsterdam richt zich steeds meer op Het Nationale Ballet en de academie in Rotterdam op moderne dans. Is Den Haag de ideale tussenweg?

‘Den Haag zie ik niet als een middenweg! Ik wil graag dat de leerlingen die van het KC komen veelzijdig zijn met een sterke, klassieke techniek, goed gevarieerde moderne techniek/stijlen kunnen uitvoeren, open en creatief zijn. Het KC richt zich op klassiek én modern. Veel klassieke groepen in de wereld doen niet meer alleen maar het klassieke repertoire. De danser vandaag de dag moet alles kunnen en ook alles begrijpen. Ik zou het wel erg jammer vinden als een leerling geen baan bij een groep krijgt omdat zij/hij niet van de school van die groep komt. Dansers moeten goed zijn. Basta. En mijn lat ligt heel hoog!’

Op basis van jouw ervaringen als danseres: hoe kan een jonge danser zich het best een weg banen naar de top?

‘Ik was heus niet fantastisch maar ik heb wel een fantastische carrière gehad. Hard werken, open zijn en interesse tonen en hebben, kunnen wonderen doen. Dansen is niet afwachten, dansen is doen! Ik wil mijn leerlingen begeleiden in hun keuzes en ook erop wijzen wat voor situaties zich kunnen voordoen in een danscarrière. Ik heb tijdens mijn dansloopbaan ook op mijn beurt moeten wachten. Wat niet altijd makkelijk was. Maar dansen is fantastisch. Het leven als danser is fantastisch. Geniet ervan!’

nancy euverink

Dit interview is in augustus 2011 afgenomen door ex-danser en choreograaf Gerard Mosterd en gepubliceerd op www.moesson.nl. Op verzoek van Danspubliek.nl heeft het interview destijds een update ondergaan. 

Headerfoto: Joris-Jan Bos

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*