Interview Thom Stuart choreograaf: vechtend in de turfmolm

Thom Stuart danste bij o.a. Internationaal Folkloristisch Danstheater, Introdans, Scapino Ballet, Feld Ballets/NY en de Rotterdamse Dansgroep. Bij Scapino Ballet Rotterdam maakte hij zijn eerste choreografie. Danspubliek wilde weten wat de choreograaf beweegt en bezocht hem thuis in 2012. In een woning met nostalgisch behang en prachtige kunstwerken aan de muur vertelt Thom over zijn loopbaan.

Interview Thom Stuart

Thom Stuart is met partner Rinus Sprong grondlegger van De Dutch Don’t Dance Division (DeDDDD). Met producties als De Notenkraker en Abdallah wordt gebruik gemaakt van amateurs en topsolisten. Ook wordt aan talentontwikkeling gedaan met de Dutch Junior Dance Company en de Dutch Summer Dance Course.

Thom Stuart

Hoe ben je vanuit Limburg in de balletwereld terecht gekomen?

‘Toen ik 4 was ging mijn buurmeisje op ballet en ik ging mee want zij was mijn beste vriendinnetje. Ik had er verder geen idee over. Zij hield er later mee op en ik ging ermee door. Toen ik 10 was mocht ik van mijn moeder vanuit ons dorp ‘helemaal’ naar Hoensbroek naar een muziekschool met een betere dansdocente. Zij zag dat ik dans echt leuk vond toen ik verjaardagsfeestjes op woensdagmiddag begon over te slaan voor balletles. Ze vertelde dit aan mijn moeder en vond dat ik auditie moest doen in Tilburg. Mijn vader was een mijnwerker en die had helemaal niets met ballet.’

‘Mijn vader was een mijnwerker en die had helemaal niets met ballet.’

Dus je kon jezelf wel herkennen in Billy Elliot, de dansfilm over een balletjongetje met een vader in de mijnen?

‘Ja, eigenlijk wel. Een vader die keihard en zwaar werk moest verrichten en ver af stond van dans. Hij begreep wel dat als ik van mijn hobby mijn beroep kon maken en er geld mee kon verdienen dat het de moeite waard was. Omdat hij zwaar werk moest doen gunde hij het me om werk te doen waar ik echt gelukkig mee zou zijn.’

Hoe ging het met je audities?

‘In Tilburg werd ik niet aangenomen. Mijn docente zei: kijk verder, je weet maar nooit. Toen ben ik naar Den Haag gegaan, dat eigenlijk hoger stond aangeschreven. Later werd ik nog benaderd door de academie in Tilburg om naar hen toe te komen. Ik was zo trots om te zeggen: dan had u mij drie jaar geleden maar moeten aannemen!’

Hoe begon je leven er uit te zien toen je in Den Haag werd aangenomen?

‘Van Heerlerheide naar Den Haag betekende in een gastgezin opgenomen worden. Dat was een behoorlijke omslag. Het gezin waar ik in terecht kwam had geen kinderen en benaderde alles heel volwassen: je doet je eigen ding en je kookt ook een keer per week. Ik heb er veel van geleerd. Niets was meer vanzelfsprekend. Als op zondagavond bij mij thuis het programma Sjef van Oekel op de tv kwam zei mijn moeder: “Je gaat nu naar bed want die smeerlapperij mag je niet zien”. Als ik op een zondagavond in Den Haag was zei mijn pleegmoeder: “Je gaat nu zitten en kijken want dit is heel belangrijk voor jou!”. In het ene huis werd gebeden en in het andere huis werd gevloekt.’

Er wordt wel gezegd dat je met je werk tegendraads bent. Komt dat door die tegenstelling tijdens je schooltijd?

‘Mijn pleegouders deden wel recalcitrant over normen en waarden en dat vond ik leuk. Het waren intellectuelen: hij meester in de rechten en economie en zij docent. Hoewel humor iets is dat in je zit kreeg ik ook het soort VPRO-humor van hen mee. Ik heb altijd de behoefte gehad om een grens op te zoeken: mijn haar groen verven om een ouderwetse balletdocent mee te confronteren bijvoorbeeld. Ik wilde niet bij de grijze massa horen. In TUDB (The Ultimate Dance Battle, zie verslag seizoen 1) noemen ze me nu ‘Tommy Tiger’ en ik was in de brugklas al bezig met panterprint kaftpapier. Ik laat me niet vertellen of iets in de mode is of niet. Ook met DeDDDD passen we niet in een hokje en dat kenmerkt Rinus en mij wel. Daarom ben ik blij met TUDB omdat ik niet alleen van klassiek houd. Voor mij is dans: goed is goed en leuk is leuk, ongeacht de stijl.’

Je hebt bij veel verschillende gezelschappen gedanst, ook in het buitenland. Kun je daar iets over zeggen?

‘Het touren in Amerika, van Seattle tot New Orleans, het werken in New York, maakte grote indruk. Het leven en wonen in Israël doet ook meer met je dan alleen de dans. Alles veranderde bijvoorbeeld op slag toen premier Rabin werd doodgeschoten: dat soort dingen neem je als danser of als kunstenaar ook mee. Het heeft met volwassen worden te maken en je horizon verbreden.’

Wat leerde je van je tijd in Amerika?

‘Vooral het commerciële. Dat is waar we nu heen moeten in Nederland: bij een gezelschap in New York werkten meer mensen op kantoor dan in de studio. De subsidie was er 10% maar de zaalbezetting was altijd 90%. Na een première zaten we niet met elkaar te feesten maar dan zat je tussen donateurs en het bestuur chique te dineren. Dat begint nu langzaam hier te komen. Het is een andere manier van denken en werken.’

Hoe breng je hier in praktijk wat je in Amerika geleerd hebt?

‘Hoe men daar werkt met amateurs en professionals, die formule hebben we overgenomen met onze producties De Notenkraker en Abdallah. Open audities houden voor amateurs en professionele dansers inhuren voor de hoofdrollen. Van American Ballet Theatre krijgen we nu elk jaar een getalenteerd koppel om mee te doen aan onze producties.’

thom stuart

Hoe heb je je stijl ontwikkeld sinds je eerste choreografie voor Scapino Ballet Rotterdam?

‘De lijn die Scapino heeft met choreografie is toch heel anders dan wat ik doe. Ik denk dat ik nu meer toegankelijk werk maak. Op de Parade heb ik wel een hedendaagse versie gemaakt van Coriolanus, een onbekend werk van Shakespeare op moderne muziek, vechtend in de turfmolm. Maar inmiddels heb ik daar een publiek voor opgebouwd.’

Heb je een missie met je werk als choreograaf?

‘Ik wil niet-danspubliek met kwalitatieve dans in aanraking brengen. Dat is ook wat mij aanspreekt van het programma The Ultimate Dance Battle. Via Facebook kreeg Rinus destijds berichtjes als ‘Wat is dat mooie liedje?’. Dat ging dan over een uiterst bekend klassiek stuk dat hij gebruikte in TUDB. Zo iemand was nooit in aanraking gekomen met klassieke muziek en wist niet dat ballet ‘cool’ kan zijn. Dat was de missie toen De Dutch Don’t Dance Division werd opgericht.’

Binnenkort gaat de nieuwste productie Ballet Blanc in première. Lees meer informatie.


 

Het interview met Thom Stuart is in 2012 afgenomen. Hieronder volgt een deel gericht op het tv-programma The Ultimate Dance Battle.

Thom Stuart The Ultimate Dance Battle

Hoe kwam je in The Ultimate Dance Battle terecht?

‘De producent vroeg aan Jan Kooijman: ‘Heb jij nog een tip voor een goede balletchoreograaf?’. ‘Ja’, zei hij, ‘Ted Brandsen (dir. Het Nationale Ballet), maar die heeft een groep van tachtig dansers’. Omdat hij net Abdallah had gezien besefte hij dat dit ook echt ballet was en dacht aan Rinus en mij. Ik had niet verwacht dat ze mij zouden kiezen. Ik ben natuurlijk ‘de man van’. Bij een gesprek met de productie zeiden ze uiteindelijk: ‘Als jij de beste balletchoreograaf bent voor TUDB dit jaar dan doe je het gewoon’. Vanaf de eerste uitzending ben ik gewoon Team Thom en klaar.’

Wat is het verschil tussen jou en Rinus als balletchoreograaf?

‘Ik ben meer de regelneef. Ik kan roosteren en plannen en heb meer de grote lijn in in mijn hoofd. Voor TUDB was het in het voordeel van Rinus dat hij snel kan schakelen en improviseren: er gebeurt zoveel onvoorspelbaars. Je hebt nog geen vijf minuten om iets uit te tellen of een plan te maken: het is gewoon GO!’

‘Je hebt nog geen vijf minuten om iets uit te tellen: het is gewoon GO!’

Hoe ziet een TUDB-werkdag er uit?

‘Ik heb nu twee opdrachten gehad voor twee uitzendingen. Je krijgt ’s ochtends vaak voorbereiding, bij de lunch je opdracht van Dan Karaty en dan je muziek. De eerste dag werk je dus ongeveer 2.5 uur. Dag 2 en 3 zijn echt de langere werkdagen. Er moet geshopt worden voor 150 euro waarmee je je eigen styling doet. De ochtend van de 4e dag zijn de opnames en die duren tot twaalf uur en daarna is het wachten op de uitslag, interviews, en teamwissel van de winnaar.’

Je hebt veel ervaring opgedaan met werken met amateurs en professionals bij De Dutch Don’t Dance Division. Komt die ervaring nu goed van pas of krijgen we ook scènes te zien waarin je wegloopt?

‘Nog niet! Ik heb wel een probleem gehad met een danser. Ik kan goed mensen coachen in mijn eigen stijl maar in een voor mij onbekende stijl werken die ook voor een danser een onbekende stijl is, maakt het extra lastig.’

‘In TUDB wordt er verwacht dat wel duidelijk te zien is of je een solo leuk vindt.’

Hoe selecteer je je dansers?

‘Wanneer ik doorgaans een auditie heb probeer ik zo min mogelijk reacties te laten zien op mijn gezicht. In TUDB wordt er verwacht dat wel duidelijk te zien is of je een solo leuk vindt. Als iemand een spannende en weird hip hop solo laat zien dan moet je ook denken: wat voor benen of voeten zitten er onder die spijkerbroek en kan zo iemand wel lijnen maken. Je kan alleen afgaan op wat iemand vertelt en moet op die ene minuut beoordelen. Als je een gok neemt kan dat mee- of tegenvallen en dat heb ik allebei in mijn team…’

Hoe is het aanbod van de dansers in TUDB seizoen 2?

‘Ik vind het niveau heel hoog. Er zijn wel veel hip hop dansers en minder technisch geschoolde dansers. Dag 1 heb ik 20 solo’s gezien en dag 2 heb ik 30 solo’s gezien. Alle vijf choreografen konden uit 50 dansers kiezen. Er is een algemene voorronde geweest waar Dan Karaty en Isabelle Beernaert hebben geselecteerd op basis van hip hop en moderne lessen. We hebben wel een totaallijst van te voren gekregen waar we op konden aankruisen wie we al kenden. Daar zat een meisje bij die de Nationale Balletacademie heeft gedaan en hip hop waarvan ik dacht dat die het goed zou doen maar die zat er al niet meer tussen.’

En hoe is jouw team?

‘Divers, zoals bij elk team eigenlijk. De meest klassiek technische dansers zitten echter in mijn team. Je moet bij de live shows iedere week in je eigen stijl werken dus ik moet vaak een klassiek stuk maken. Daar heb ik goede dansers voor nodig, vooral jongens. Jongens die ‘wel eens’ ballet hebben gedaan, daar kom je één keer mee weg in een show maar niet 4 of 5 keer.’

(Portretfoto’s: RTL, Nick van Ormondt en Marcel d’Hondt)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*