Staat van de Danser belicht dilemma in danswereld

De discussiemiddag ‘de Staat van de Danser’ in het Korzo theater in Den Haag belichtte de lastige arbeidssituatie van veel dansers. Het probleem zit dieper dan je denkt.

Omscholing Dansers Nederland organiseerde op 15 december een discussiemiddag rond de lezing de Staat van de Danser. Hoe gaat het met de danser anno 2016, hoe vindt deze zijn weg in het huidige Nederlandse culturele klimaat? En hoe gaat de danser om met veranderingen tijdens en na zijn carrière? Tijdens een levendig debat waren er veel vragen en helaas nog te weinig antwoorden op de toekomst.

Voor aanvang van de lezing de Staat van de Danser werd even stilgestaan bij het nieuws van het overlijden van Gérard Lemaître. Deze danser stond aan de wieg van het Nederlands Dans Theater, danste tot op hoge leeftijd en was een graag geziene persoonlijkheid in de danswereld. Maar ook bekende hij dat hij zonder dans niets voorstelde. Hij moest dansen.

Dat raakt de kern van veel dansers en hun dilemma.

Dat dilemma is de volledige en hartstochtelijke overgave van de danser aan de dans waarbij hij zijn middelen om een volwaardig bestaan op te bouwen verwaarloost. Nu kun je je afvragen wat een volwaardig bestaan is en voor een danser betekent al gauw dat hij vervuld is door te doen wat hij wil: zich dienstbaar maken aan een choreograaf, zich uitdrukken op een podium, excelleren en erkend worden (het liefst met applaus).

Met andere woorden, de danser wordt vaak zwaar onderbetaald.

Omscholing Dansers Nederland

Paul Bronkhorst kent als directeur van Omscholing Dansers Nederland de problematiek van dichtbij. Hij ziet dansers op een gemiddelde leeftijd van 33 jaar stoppen met dans en veel van hen kloppen bij hem aan voor een nieuwe loopbaan. De stichting bestaat nu dertig jaar en organiseerde de lezing de Staat van de Danser en de discussiebijeenkomst na afloop. De titel Staat van de Danser verwijst naar de Staat van de Dans-lezing die tijdens de Nederlandse Dansdagen door danscriticus Annette Embrechts werd voorgedragen.

Dansers en geld

Davide Cocchiara, auteur van de Staat van de Danser, stipte twee persoonlijke punten aan: geld is een van de grootste problemen van een danser en de transitie van een dansersloopbaan naar een andere carrière is uiterst pijnlijk. Dat komt doordat de danser een soort artistiek verslaafde is. Hij weet en kan niets anders dan dans. Hij zit daardoor vaak opgescheept met een financieel armlastige situatie en kan de weg naar een nieuw beroep moeilijk aan.

Dansers denken te veel met hun hart, stelt daarom zakelijk leider van Dansateliers Rotterdam, Johan Cuperus. Zij slaan een zakelijke benadering van hun vak over. Cuperus ziet het werken met freelancers met lede ogen aan. Het werken zonder vast contract bevordert hun financiële welzijn niet. En is het ethisch wel verantwoord dat werkgevers zo’n 30% snijden in het personeelsbudget om dansers vervolgens hetzelfde of meer werk te laten doen?

Bezuinigen werkt niet bij dansers

De shocktherapie van Halbe Zijlstra werkte niet voor de danswereld, vindt Peter van den Bunder, bestuurder Kunstenbond. Want misschien moest er wel hardhandig bezuinigd worden, maar dansers die zo verknocht zijn met hun vak laten het dansen ondanks minder geld niet los. Het resultaat is slechts meer armoede onder dansers.

En meer armoede voor de maatschappij. Want kunst is van levensbelang voor een samenleving. Van den Bunder benadrukte dat de danswereld dat verhaal moet blijven vertellen aan de politiek en de subsidieverstrekkers. Stand up, speak up, zegt Davide Cocchiara. Ook al zijn dansers niet de meest mondige kunstenaars.

De oplossingen zijn schaars

Dansers bij gevestigde gezelschappen hebben het overigens financieel gezien prima voor elkaar. Het gaat tijdens de discussie vooral om de freelance danser. Hoewel deze een zekere mate van artistieke vrijheid geniet is er in vijftig jaar dansbestel niet veel voor hem veranderd. Hij blijft worstelen. Daar komt nog bij dat opleidingen meer studenten blijven afleveren aan een krappe arbeidsmarkt, en dat het het grote publiek weinig uitmaakt dat het dansaanbod versmalt. Er is dus een voortdurend probleem.

Een interessante benadering richting de huidige bezuinigingen die als positief voorbeeld ter sprake kwam is de houding van productiehuis Veem. Zij riposteert de bezuinigingen met: minder geld is minder inzet, 100 dagen kwaliteit in plaats van 365. Een verfrissend out of the box denken. De tijd lijkt rijp voor een nieuwe perceptie.

De Staat van de Danser kun je hier nalezen

Aan de paneldiscussie namen deel: Peter van den Bunder, bestuurder Kunstenbond; Eva Villanueva, artistiek coördinator platform BAU Amsterdam; Johan Cuperus, zakelijk leider Dansateliers Rotterdam en Ingetje Wielenga, was danser en nu advocaat arbeidsrecht. Voor meer informatie over de discussiemiddag, de danspresentaties en een fototentoonstelling zie omscholingdansers.nl


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*