Orfeo ed Euridice van Utrechtse Spelen op Paleis Soestdijk

De opera Orfeo ed Euridice stond al op de agenda van regisseur Jos Thie sinds 2000. Negen jaar later werd digitaal een locatie gevonden om dit op een grootse wijze, na veel geduld, onderhandelingen en 80 opleggers later, te laten plaatsvinden op Paleis Soestdijk.

Orfeo ed Euridice: Trionfi Amore. Trionfi Arte. Trionfi Jos Thie.

Het werd een productie met een koninklijk tintje. Je waande je zelf stiekem lid van de bekendste familie van Nederland door op het landgoed aan te rijden en te parkeren in het bos. Na een wandeling langs de watertoren en een sfeervol ingerichte buitenfoyer, kreeg je plaats op een tribune met zicht op de hofvijver en de achterkant van Paleis Soestdijk. Gedurende de avond moest je af en toe even jezelf in de arm knijpen om te beseffen dat je op deze gedenkwaardige plek toch echt een opera aan het bekijken was. Alles tot in de puntjes verzorgd, personeel uiterst vriendelijk, dekentjes voor de knieën, drankje na afloop. Zoals aan het hof vroeger enorme schouwspelen werden opgevoerd – waar zang, declamatie en ballet om voorrang konden strijden – was dit een evenement voor de hedendaagse ‘hofhouding’: ministers, industriëlen en tv-persoonlijkheden. Fascinerend om te zien dat voor eventjes deze mensen tezamen met het ‘gewone’ volk één publiek vormen.

Alain de Botton verklaarde op een TED-congres dat tragedies een belangrijke relativerende waarde hebben voor de samenleving en de (niet altijd even fortuinlijke) mens. Hij daagde ooit een Britse tabloid uit krantenkoppen te maken van beroemde literaire drama’s. Voor Orfeo kun je iets bedenken als ‘Artoholic Heroe Shows True Love In Near Death Experience’. Operazanger Gary Boyce droeg de avond ook als een echte held. Misschien denk je bij Orfeo aan een melancholieke ectomorf (die zou direct een griep oppikken bij deze productie) en operazangers hebben vaak meer dan dansers last van ‘avoir du pois’. Gary Boyce heeft geen last van overgewicht maar een fysiek krachtige en dreigende Hercules-uitstraling. Daarentegen heeft hij een uitzonderlijk hoge stem, niet vanwege het koude water waar hij doorheen moet worstelen maar vanwege een counter-tenorschap.

Onder de vakkundige voorstellingsleiding van Margus Spekkers, ex-danser van Het Nationale Ballet, werd de voorstelling ingenieus voorzien van op het netvlies brandende taferelen met voorbij vliegende uilen, ganzen, koninginnen/prinsessen op de fiets, paard en boot en zelfs afdalen onder water. Er wordt veel gebruik gemaakt van de waterpartijen, ook door de dansers in een kort ballet. Niemand op het ‘toneel’ ontkwam overigens aan nat worden: ook Euridice (prachtige Stefanie True) en Amor (ludieke Ilse van de Kasteelen) niet. Het is Orfeo Aqua in overtreffende trap. Dans is vaak een lastig onderdeel van opera en vice versa. Deze dans was extra belastend en niets voor dansers met koudwatervrees. In de choreografie van de Belgische choreograaf Martin Michel werden de dansers één met de rotspartij en het water waarbij op het eind van de dans meer ritme ontstond en dansers meer communiceerden met publiek en met elkaar. Dat laatste is een moeilijke taak voor opera zelf: beweging of pantomime zodanig gebruiken dat het spreekt en natuurlijk is, waarbij je je in de personen kan verplaatsen en minder aan de verbeelding moet overlaten. Daarentegen vertrekt (ook deze) opera sterk vanuit de muziek en kun je er – in tegenstelling tot dans – lange tijd gedurende muziek niets laten gebeuren. Het is vreemd dat juist bij het meest dansante deel in de partituur (majestueus gedragen in tweede akte tweede scène) er geen dans voorgeschreven staat.

Het voorwoord door Corien Baart is een lofzang op de kunst en een pamflet voor behoud ervan. Los daarvan lijkt het niet voorstelbaar dat kunst verdwijnt, zoals ook de componist Von Gluck al vreesde. Trionfi Amore was weliswaar het thema maar overwinnende liefde voor een enkele partner is ondanks gevoelens van gelukzaligheid niet de hoogste vorm van liefde: ze kan verdwijnen, bezoedeld raken of beschadigd worden. We geloven bovendien niet meer in een hiernamaals laat staan dat we een geliefde daar terug zien. In deze tijd aanbidden we geen goden meer maar aanbidden we op een riskante wijze alleen onszelf of (de liefde voor) een ander. De koninklijke familie is overigens eveneens niet altijd het toonbeeld van romantische liefde en kent net als gewone mensen ongelukkige liefdes of scheiding. Er is dus een ander soort opofferende liefde die nobel is, betrouwbaar en blijvend. Bijvoorbeeld die, zoals Jos Thie inziet, van een regentes voor haar volk. Als thema is Trionfi Arte passender: laat kunst overwinnen en we dit soort voorstellingen als eenvoudige zielen kunnen blijven meemaken. ‘Het is de kracht en noodzaak van kunst en de kunstenaar ons te laten voelen dat we mens zijn.’ 

Gezien: 8 juni 2011


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*